De meerwaarde van beeldend werken binnen rouwbegeleiding

In april 18, 2015
1199 Views

 

 ‘In-Zicht’
Een onderzoek naar de meerwaarde van beeldend werken met jongeren in rouw in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

Dit is een samenvattende conclusie naar aanleiding van mijn afstudeerscriptie die ik heb geschreven voor de opleiding tot beeldend creatief therapeut aan de HAN.

Tijdens de interviews met rouwbegeleiders en creatief therapeuten die ik heb afgenomen in het kader van mijn onderzoek, probeerde ik vooral antwoord te krijgen op de vraag wat de (meer)waarde van beeldend werken kan zijn ter ondersteuning van een rouwproces. Wat biedt werken met het medium, wat een gesprek mogelijk niet biedt. In deze geprekken kwamen er enkele onderwerpen naar voren die in de meeste interviews terugkwamen. Onderwerpen die men in de praktijk, ongeacht de werkplek of werkmethode, tegenkomt en als waardevol ervaart. Deze onderwerpen staan hieronder beschreven en worden verderop uitgewerkt:

– Beeldend werken biedt een extra ingang om te komen tot een diepere laag,
om te komen tot de ervaring en emoties.
– Uiting geven aan …
– Zichtbaar maken/ inzichtelijk maken
– Werken in het onbewuste
– Concretiseren/ structuur bieden
– Indirect contact
– Woorden geven naar aanleiding van beeld
– Tastbare herinnering/ herinneringen ophalen
– Sfeer binnen de sessie
– Afleiding
– Confronterend
– Niet kunnen praten, wel kunnen werken

Beeldend werken biedt een extra ingang om te komen tot een diepere laag, om te komen tot de ervaring en emoties.
Fiddelaers; “Dat is zo wezenlijk waar het om gaat, dat kun je bijna nooit met woorden redden. Dan blijft het er toch een beetje overheen gaan. Daaronder zit de laag waar het eigenlijk om gaat. Dat hebben mensen kennelijk, merk ik van nature, steeds meer nodig om daar op die manier iets mee te doen. (…) Ja, het gaat er overheen hè. Alles mooi verwoorden, dat kennen ze wel. Maar je moet eigenlijk een laag dieper gaan zitten, en daar kom je er op een andere manier. Dat komt in gesprekken niet naar voren.”

Bijna alle geïnterviewde benoemde of beaamde dat je doormiddel van beeldend werken een laag dieper komt dan wanneer je enkel gesprekken voert met rouwende jongeren. Met een laag dieper wordt bedoeld dat men tijdens gesprekken veelal cognitief bezig is. Dit brengt met zich mee dat de jongere in deze cognities kan blijven hangen en zodoende niet tot de werkelijke ervaring of gevoelens komt. Door te blijven praten, houden ze zichzelf uit de ervaring en het voelen (Fiddelaers). Het beeldend werk doet een ander appél op de jongere. Door tijdens het beeldend werken sommige momenten in rust en stilte te werken, richten ze zich meer op het voelen en ervaren, ze richten zich naar binnen. De beeldend therapeut kan doormiddel van het plegen van interventies de jongeren stil laten staan bij sensitieve ervaringen, lichamelijke ervaringen en/of gedachten naar aanleiding van het beeldend werken, de beweging of vormgeving of de thematiek van het werk.

Zo verteld Blaas over haar ervaring binnen een gezinstherapie waar ze doormiddel van beeldend werken tot de emoties binnen het gezin kon komen. “Die vader praat continu, zonder te stoppen. Heel hard ook… Dus die dochter zit met de armen over elkaar, zo van: “Je luistert ook nooit”. En de zoon zit eigenlijk ook een beetje van; “Wat doe ik hier?” Dus verbaal, laat staan dat je met een beetje structuur al een gesprekje kunt hebben, dan heb je het nog niet over emoties. Dus met hen heb ik ook echt, simpele, kleine opdrachten gedaan. Niet dat we nou helemaal tot de emoties zijn gekomen, maar wel een beetje. Ja, een beetje wel trouwens. Via die andere ingang.


Uiting geven aan…

De opgave is niet de ander,
Maar jezelf te zijn.
En jezelf –het eigenste en innerlijkste-
Door middel van contouren en kleuren
Tot uitdrukking te brengen
(Heinrich von Kleinst)

Abbeele (2003) schrijft over jongere in rouw: “Tieners hebben hulp nodig bij het uiten van gevoelens, Maak samen een tekening. Neem een stuk klei. Schrijf een verhaal of plak foto’s van de overledene in het familiealbum. (…) Het innigste van zichzelf, het meest verborgen deel wordt dikwijls gemakkelijk geuit door gedichten te schrijven, door te tekenen, te schilderen of te werken met klei. Wat op deze manier geuit wordt, laat zien wat er in kinderen of jongeren omgaat. Al spelend en tekenend brengen jongeren iets van het innerlijk conflict naar buiten of kunnen ze bepaalde crisissen verwerken. Zich uiten via de wereld van de kunst, via de kunstenaar die in elk van ons en van onze kinderen leeft, betekent een deel van de innerlijke beleving prijsgeven. Het is een vorm van zich mededelen, zicht ontdoen van, zich bevrijden”.

Als meerwaarde van het beeldend werken wordt ook ondermeer gezien dat het een mogelijkheid schept voor jongeren om zich te uiten. Het uiten van emoties, gevoelens, gedachten en zorgen is van belang om stagnaties in het rouwproces te voorkomen (Mönninck). Zo verteld M. de Meyer over het uiten in beeldend werk; “…ik denk dat je door iets vorm te geven…Je kunt eigenlijk uiting geven aan alles wat je nodig hebt op dat moment. Of dat dan bescherming is, of zachtheid, veiligheid of dat dat is dat het vervelende gevoel wat je in je draagt er even uit kan. Een stukje uit jezelf weergeven, dat effect kan het natuurlijk ook hebben. Het zichtbaar maken van een ervaring.”

Weijers geeft een mooi praktijkvoorbeeld over hoe waardevol het kan zijn voor jongeren om zich te uiten in het beeldend werk: “Heerlijk vinden ze dat. Zo van; je mag het uitdrukken! Wat dan belangrijk voor je is… Ik zeg altijd, je hebt drie werkwoorden: erkennen – uiten – delen. Daar gaat het voor mij om. Het maakt niet uit op wat voor manier je het binnenste naar buiten laat komen, we zijn zo geneigd om altijd alleen maar met woorden te doen. Maar dat kan ook op een andere manier. Een voorbeeld: Een kind dat verteld: ‘Ik heb zo’n pijn in mijn buik!’ Moeder; ‘Ik weet echt niet meer wat ik moet doen hoor, we zijn al naar de dokter geweest, maar die zegt het is psychosomatisch’. (…) Je hebt het wel. Heb jij een idee hoe het er uit ziet dan? “ja…”. Kun je het tekenen? “ja…” En hup, een vel papier en hij tekent een stekelige vorm. “Nou, dat moet een rot gevoel zijn zeg, stel je voor dat dat in je buik zit zeg”. (…) Wat kunnen we daar nou aan doen? En echt waar, hij zei: “misschien moeten we er een pleister op plakken”. Want dat helpt ook altijd als ik pijn aan mijn knie heb. Wat een goed idee! Hij pakt een grote Winnie de Pooh pleister en plakt het letterlijk op het papier, leunt achterover met zijn handen op z’n buik en voelt, ja!
En de moeder zit me zo aan te kijken van: “Ja hoor, dat zal toch niet hè”. Maar het helpt. Het mag geuit worden.”

Zichtbaar maken/ inzichtelijk maken
Jurna verteld dat zij de meerwaarde van het beeldend werken ondermeer vindt dat men letterlijk iets neer kan zetten. “…iets letterlijk neer te zetten, waar je in dit geval vaak ook letterlijk geen woorden voor hebt. Maar om iets neer te kunnen zetten vanuit een gevoel, en dat je er ook naar kan kijken. Dat het ook iets blijvends is zeg maar.
Dat vind ik er ook belangrijk aan omdat je vaak merkt dat mensen in hun hoofd wel weten, beredeneren en doen, maar het ervaren en het zich op een ander niveau plaats vindt.”

Het beeldend werken functioneert als een soort van tolk om die innerlijke ervaringen, waar geen woorden voor zijn, te uiten en zichtbaar te maken. Dit zichtbaar maken helpt doordat dit het voor de therapeut en de omgeving mogelijk maakt erkenning en herkenning te geven voor de situatie waarin de jongere zich bevind. Het helpt de erkenning te krijgen, waar de jongere zo’n behoefte aan heeft. Tevens helpt het de jongere zelf om inzicht te krijgen in zijn eigen situatie. Het verbeelden vanuit de innerlijke belevingswereld zorgt voor rust en structuur in het hoofd van de rouwende jongere.

Dit betreft niet enkel bewuste vormgevingsprocessen. Niet alleen kan de jongere bewust zijn belevingswereld inzichtelijk maken door deze te uiten in beeldend werk, ook het beeldend werk zelf maakt inzichtelijk. “Dat vind ik dan weer zo mooi in het medium, dan wordt het wel in de vormgeving zichtbaar” zegt De Meyer. En ook Jurna beschrijft: “Ik denk dat je bijna niet iets niet kunt verbeelden in het beeldend werk. (…) Maar ik denk dat het altijd wel iets zegt ja.” Doordat beeldend werken deels werken vanuit het onbewuste is, kunnen er middels beeldend werken soms thema’s naar boven komen die voor de jongere tot dan toe onbesproken bleven.

Het zichtbaar maken van dat wat er is, kan voor jongeren ook helpend zijn om er betekenis aan te geven. Door er vorm aan te geven en het letterlijk uit te werken in beeldend werk, zijn de jongeren vaak beter in staat (danwel met hulp van de therapeut) om betekenis te geven aan het verlies. Betekenisgeving aan het verlies is noodzakelijk om het verlies onder ogen te zien en te accepteren. Betekenis geven aan het verlies helpt de rouwende om vorm te geven aan het nieuw leven, met herinnering aan het oude (Mönninck, 2008).

Werken in het onbewuste
Fiddelaers zegt over gevoelens uiten in beeldend werk: “…Kijk, bij jongeren zit daar toch vaak dat schildje om heen of dat masker ervoor. Ik merk in creatieve opdrachten, dat ze dat vaak zonder dat ze het zelf door hebben, dingen laten zien, die ze in woorden niet kunnen uitdrukken.” Door beeldend te werken kun je deels uit het cognitieve handelen stappen. Dit helpt men om dichter bij de ervaring en gevoelswereld te komen. Creemers beschrijft in het interview hoe zij intuïtief met haar cursisten gaat beeldhouwen. Door te kijken naar de vormen van de steen en lijnen die men daar in ziet, werken ze minder vanuit vooraf bedachte ideeën en laten ze zich leiden door hun eigen intuïtie. Hierdoor kan men prestatiedrang en beklemmende gedachten loslaten en komt men meer tot het gevoel en de ervaring. Wanneer men niet constant hoeft na te denken over de vormgeving van een bepaald idee in hun hoofd, maar gewoon lekker bezig kunnen zijn, is er ruimte voor gedachten en om herinneringen over het verlies naar boven te halen. De herhalende bewegingen van bijvoorbeeld het schuren en raspen bij steen bewerken kan een bijna meditatieve werking hebben waarbij mensen in zichzelf gekeerd kunnen raken.
In de vormgeving kunnen onbewust onderwerpen naar boven komen waaraan de jongere zelf nog niet bewust mee bezig is geweest. Zo beschrijft De Meyer een praktijkvoorbeeld waarbij een jongere in een collage die hij gemaakt had de precieze vorm terug zag, als die van de ruimte waar hij een laatste herinnering aan over had gehouden. Door deze vorm op papier weer terug te zien kon hij vertellen over deze ervaring en deze herinnering verder een plaats geven.

Concretiseren/ structuur bieden
Fiddelaers: “Wat zij (jongeren) zelf heel veel zeggen is van, ook bij rouwgroepen, dat ze helderheid willen hebben in hun hoofd, omdat het zo’n chaos is. Die chaos van gevoelens zit van binnen. Ik zeg altijd, elke manier om die gevoelens van binnen naar buiten te krijgen helpt om die structuur te krijgen.”
Beeldend werken kan helpen om structuur aan te brengen in de belevingswereld van de jongere. Door een verlieservaring verandert er veel, in korte tijd, in het leven van de jongere. Rollen binnen een gezin veranderen, de situatie en sfeer thuis is niet meer hoe die was, de omgeving gaat anders met de jongere om enz. Dit kan zorgen voor veel onduidelijkheid, verwarring of chaos voor de jongere. In het beeldend werk kan men werken met structurerende opdrachten. Enkele voorbeelden daarvan zijn de levensmandala, levenslijn, voor-en-na tekening, of het drieluik. Dit zijn beeldende opdrachten waarin jongeren weer kunnen geven hoe de situatie voor het verlies was, op het moment dat het net gebeurd was, en hoe de wereld er nu voor hen uitziet. Dit kan zo uitgebreid of gedetailleerd worden als men wil. Over het algemeen zijn dit opdrachten die helpen de jongeren structuur te bieden in de chaotische periode waar de jongere zich bevindt of bevond. Letterlijk alles nog eens op een rijtje zetten, stilstaan bij wat er is en was.

Tevens helpt het beeldend werk om ideeën van de jongeren concreet te maken. Vooral over het hiernamaals en zorgen die de jongere kunnen hebben is het goed soms concrete vormen te laten geven. Door deze gedachten te concretiseren in beeldend werk gaat de jongere relativeren, stilstaan en bewust worden van deze gedachten en de oorsprong ervan. Weijers geeft hier een mooi voorbeeld van: “Een jongere komt binnen en zegt; “Ik weet al wat ik wil maken.” Nou, wat had je gedacht? “Ik dacht, een jongen van twaalf, ik weet dat het onzin is hoor. Maar ik wil zo graag dat ik met een trein naar de hemel kon. En nou dacht ik, dat we misschien die trein konden gaan maken. Ik weet dat het niet kan hoor…. En wat zou je met die trein willen doen? “ja gewoon even bij pappa op bezoek en iets gaan brengen”. Wat zou je dan allemaal gaan doen? En ondertussen gaan we de wagonnetjes maken. Alleen al om concreet te maken wat je in je hoofd denkt, dat helpt hem.”

Indirect contact
Men heeft het binnen de beeldende therapie vaker over de driehoeksverhouding tussen therapeut-cliënt-medium. Ook bij rouwverwerking en zeker bij de doelgroep jongeren, wordt dit als een zeer belangrijk onderdeel van beeldende therapie gezien. In ieder interview kwam direct of indirect terug dat het een meerwaarde is dat je het medium kunt gebruiken als tussenweg. Enerzijds kan de jongere het medium gebruiken om jou als therapeut iets te laten zien van zichzelf, zonder dat de situatie onveilig voor hem/haar wordt. Maar ook kan hij even ‘vluchten’ in de veiligheid van het medium, door zich te richten of de vormgeving wanneer de herinneringen of gevoelens te heftig worden. Anderzijds kan de therapeut het medium gebruiken om de cliënt te benaderen. Letterlijk in samenwerkingsverband, maar ook indirect door thematiek, suggesties aan te dragen of interventies gericht op bewustwording van handelen en voelen tijdens het beeldend werken. Het medium biedt in vele gevallen een veilige tussenweg voor cliënt en therapeut om in contact te komen met elkaar, ervaringen op te doen en informatie uit te wisselen.

Vooral bij jongeren is dit ‘indirecte’ contact zo belangrijk. Creemers illustreert dit met onderstaand voorbeeld. Als je een jongere uitnodigt voor een gesprek aan tafel, zul je merken dat hij al snel weer weg wil en het gesprek zal vaak van korte duur zijn. De beste gesprekken hebben ouders vaak met hun puberende zoon of dochter, tijdens de afwas, of tijdens het autorijden. Wanneer je samen bezig bent, komen die gesprekken vanzelf. Dat werkt vaak beter dan wanneer je er echt voor gaat zitten. En zo is het ook met beeldend werken. Je bent lekker bezig en die gesprekken ontstaan dan als vanzelf.
Ook Blaas bevestigt dit. “Mijn ervaring is dat het voor kinderen echt heel erg fijn is om af en toe even hier die aandacht te kunnen houden, bij het werk. Wat ze dan ook aan het doen zijn. En als hun er weer aan toe zijn, weer iets delen. Dan houd je dus ontspanning, en dan geloof ik, blijf je veel meer bij je gevoel. Anders ga je veel sneller een soort gesprekje hebben, op cognitief niveau dus. “Dit is er gebeurd, zo oud was ik toen enz.” Dat is echt een groot verschil. Dat is wel waardoor je meer vanuit je gevoel iets deelt.”

Blaas bevestigd dit nogmaals met een praktijkvoorbeeld: “Ja wat ik van kinderen terug hoor is dat ze zeggen; dat is eigenlijk zo fijn, dan hoef ik niet de hele tijd te praten. En een ander meisje zei ook; ja dan ben ik gewoon hier aan het knutselen, en dingen aan het doen, en tegelijkertijd ben ik met mamma bezig. Dat vind ik heel fijn. Je maakt iets wat gaat over die persoon of over jouw gevoel. Dus je bent eigenlijk heel erg bezig met de overleden persoon, en alles daar om heen, je geeft het echt aandacht.”

Woorden geven naar aanleiding van beeld
‘Kinderen spreken meer talen, dan de taal der woorden, kinderen spelen’. (Weijers)

Wat ik in ieder interview terug kreeg was het volgende: Jongeren kunnen makkelijker woorden geven naar aanleiding van een beeld wat ze gemaakt hebben, dan zonder dat beeld. Dit is in overeenstemming met wat ik over het werk van Abbeele beschreven heb in de inhoudelijke oriëntatie op het onderwerp. Wanneer jongeren ergens geen woorden voor hebben, of kunnen vinden, lukt het hen vaak wel om deze belevingen te uiten in beeldend werk, is de ervaring van de ondervraagde therapeuten en begeleiders. Wanneer ze eenmaal dit beeldend werk gemaakt hebben, lukt het hen vaak wel om er de juiste woorden aan te koppelen. Blaas verteld hierover: “Met rouw merk ik ook dat ik een verbaal stuk in de therapie heb hoor. Je hebt ook soms therapieën waar je minder verbaal bent, sommige. Waarbij dit, omdat ik het ook echt wil weten….wil weten, maar soms ook goed is om woorden te geven aan wat er is gebeurd. Te benoemen hoe dat allemaal is gegaan. Dat heb ik ook van een ander meisje laatst terug gehoord. Zij zei: “ik vond het eigenlijk gewoon heel fijn om van A tot Z echt eens onder woorden te kunnen brengen, op een rustige manier, zonder snelsnel, aan de hand van deze opdrachtjes. Dat kan ook weer bijdragen tot de verwerking hè.”

En zo verteld De Meyer over een cliënte die naar aanleiding van haar beeldend werkstuk eindelijk kon verwoorden hoe ze meegesleept werd in al die zware en verdrietige gevoelens die ze ervoer. Iets wat ze nooit naar haar groepsleiding duidelijk had kunnen maken, waardoor deze niet volledig serieus genomen werden. Door dit in beeldend werk weer te geven kon ze verwoorden en verbeelden hoe het voor haar voelde. Ondertussen woorden blijven geven aan, en benoemen van wat er gebeurde zorgde ervoor dat ze niet verzandde in haar gevoelens maar in beweging bleef.
Doordat het beeldend werk inzichtelijk maakt van wat er speelt, en voor sommige jongeren de gewenste structuur in hun gedachten beidt, maakt het dat jongeren naar aanleiding van deze beeldende werkstukken wel kunnen verwoorden hoe ze de situatie beleven. Tevens ontstaat er een sfeer tijdens het beeldend werken, voornamelijk met betrekking tot groepstherapieën, waarbij de gesprekken en ervaringen als vanzelf gedeeld worden. Zo benoemt Fiddelaers dat de mooiste gesprekken in groepstherapieën vaak spontaan onderling tussen de jongeren ontstaan tijdens het maken van beeldende opdrachten in de sessies.

Fiddelaers onderstreept bovenstaande tekst nogmaals met onderstaand voorbeeld: “Om maar eens een voorbeeld te noemen uit die map, als je nu die mandala zou tekenen over hoe jij je voelde toen je vader overleed. Dan gaan ze aan de slag en aan de hand daarvan, kunnen ze er woorden aan geven. Dat is wat ik vaak zie. En dan kunnen ze er zelfs heel goed woorden aan geven. Dat je denkt van, hoe is het in godsnaam mogelijk dat ze het zo goed kunnen verwoorden. Terwijl ze het van te voren niet kunnen. En soms niet weten. Door met die opdracht bezig te zijn, zie je ze ook in zichzelf zakken en eigenlijk ook helemaal niet zo bewust… sommige wel. Die maken een hele precieze tekening, maar de meeste zitten daar wat te kriebelen en te doen. En dan ligt het daar, als je het dan van een afstandje kunt bekijken dan komt er vaak een heel mooi verhaal. Dus blijkbaar is het een manier om hun ervaringen en gevoelens te koppelen aan woorden”.

Tastbare herinnering/ herinnering ophalen
Beeldend werk is een mooi medium om te werken met herinneringen.
Men kan binnen opdrachten aan de slag met het letterlijk verwerken van foto’s of waardevolle herinneringsdingetjes zoals stenen, schelpen, sieraden enz. Ondermeer worden er binnen beeldende therapie wel vaker herinneringsdoosjes, herinneringsboeken, altaartjes, monumentjes en/of amuletten gemaakt. Dit zijn slechts enkele werkvormen om vorm te geven aan een herinnering of om een aandenken aan de overleden persoon een waardevolle plek te geven. In het beeldend werk kan dus gewerkt worden vanuit een herinnering, met een herinnering of om een herinnering een plek te geven. Maar ook kan beeldend werk gemaakt worden áls herinnering aan de overleden persoon. Zo beschrijft Creemers dat ze veelal werkt met steenhouwen. De beelden die daaruit ontstaan worden vaak bij een graf of foto geplaatst, is haar ervaring. Ook jongeren die geen graf of plek hebben om naar toe te gaan, kunnen zo een eigen plekje creëren waar ze naar toe kunnen gaan als ze bijvoorbeeld aan de overleden persoon willen denken. Het beeldend werk fungeert zo als een tastbare herinnering aan de overleden persoon, maar kan ook symbool staan voor de gevoelens of ervaringen die met het verlies gepaard gaan. Een beeldend werkstuk waarin al het verdriet of woede van een jongere geuit is, kan voor de jongere later als waardevolle herinnering gezien worden.

Sfeer binnen de sessie
Ondermeer Blaas en Fiddelaers beschrijven in het interview de waarde van de sfeer die tijdens een beeldende sessie heerst. Men is gericht op het beeldend werk, vaak met herinnering aan het verlorene. Het beeldend werk zorgt vaak voor enige afleiding en ontspanning van de emoties die het verlies met zich mee brengt. Wanneer de emoties te hoog oplopen, kan men zich richten op het beeldend werk en de vormgeving. Wanneer men er de behoefte aan heeft kan hij/zij iets delen van wat hij ervaart of waar hij aan denkt. Echter, wanneer dit niet gebeurd, voelen de stiltes niet zo onveilig als wanneer dit bijvoorbeeld in gespreksgroepen gebeurd, omdat iedereen zijn aandacht richt op zijn eigen beeldend werk.

Afleiding
Enkele keren benoemde ik het al dat het soms waardevol kan zijn wanneer een jongere zijn afleiding kan zoeken in het beeldend werk. Wanneer emoties te hoog oplopen kan de afleiding gezocht worden in vormgeving en materiaalkeuze. Anderzijds kan in groepstherapieën afleiding gezocht worden in het eigen beeldend werk, wanneer de verhalen van groepsgenoten die spontaan gedeeld worden, te dichtbij komen. Door zich te richten op het beeldend werken hoeft de jongere niet aandachtig te luisteren naar de verhalen van anderen.

Maar ook kan het beeldend werken bewust ingezet worden als afleiding, bijvoorbeeld wanneer de jongeren op een bepaald moment niet de behoefte voelt om met het verlies bezig te zijn. Dan kan er juist voor gekozen worden om iets ‘moois’ of leuks te gaan maken. ‘Mooie’ dingen maken is ook belangrijk, dingen die losstaan van het verlies. Dit biedt veiligheid voor de jongere, aldus De Meyer en Blaas.

Confronterend
Beeldend werken kan confronterend zijn op meerdere fronten. Ondermeer kan het werken met herinneringen confronteren doordat men keer op keer opnieuw beseft dat deze momenten of herinneringen nooit meer terug komen. Dit kunnen zware momenten voor de rouwende zijn, maar dragen bij aan het acceptatie proces omtrent het verlies. Tevens kan in beeldend werk thematieken of gevoelens zichtbaar worden waarvan de cliënt zich niet bewust was.
Zo is er vaker sprake van woede en boosheid (naar de overledene toe) waar de jongere zich nog niet bewust van was. Doordat dit in vormgeving of thematiek in het beeldend werk naar voren komt, kan dit confronterend zijn voor de jongere. Dit draagt bij aan het bewustwordingsproces en acceptatie proces omtrent het verlies.
Ook het werken met bijvoorbeeld foto’s of tastbare herinneringen aan de overledene kan confronterend werken doordat de jongere telkens weer ‘oog in oog’ komt te staan met het verlies. Deze confrontaties kunnen als zwaar of pijnlijk ervaren worden door de rouwende zelf, echter dragen ze wel bij aan het acceptatie- en rouwproces. Veelvuldige herhaling van deze triggers zorgt doorgaans voor afname van heftige emoties en reacties.

Niet kunnen praten, wel kunnen werken
Weijers zei het al: Kinderen praten in meer talen, dan de taal der woorden. En niet alleen kinderen kunnen dat. Verbaliserende taal bevat maar een klein aantal procent van onze manier van communiceren. Denk maar eens na over hoeveel lichaamstaal en gebaren vaak duidelijk kunnen maken, zonder dat er ook maar één woord is gevallen. En kijk maar eens naar alle andere expressievormen als kunst, dans en muziek. Allerlei uiting-, expressie en communicatie vormen waar geen woorden aan te pas komen, maar zoveel duidelijk kunnen maken. ‘Zoveel zeggend’ kunnen zijn.
Hoe vaak hoort men niet “Daar heb je toch geen woorden voor”, “Daar word ik stil van” of “Ik weet niet meer wat ik moet zeggen” wanneer er iets ernstigs gebeurd in iemands omgeving.
Vaak kan men niet verwoorden wat men eigenlijk wil zeggen. Zo ook bij rouw, schieten woorden soms tekort. Beeldend werken of het verbeelden van deze belevingen kan een manier zijn om uiting te geven aan deze ervaringen. Uiting geven, vorm geven en zichtbaar krijgen van wat er speelt. Soms kan de jongere er daarna woorden aangeven, soms zegt het beeld genoeg. Echter blijft het een vorm van expressie, van uiten, van delen. Een vorm waar wij als therapeuten naar mogen luisteren en kijken.

Ten behoeve van dit onderzoek heb ik een uitgebreide literatuur studie gedaan, enquetes verstuurd en intervieuws afgenomen. Citaten komen voort uit interviews met professionals als:

Riet Fiddelears – Jaspers
Sabine Noten
Mandy de Meyer
Majken Jurna
Karin Creemers
Florian Blaas
Annet Weijers

 © Nick Schers, herschreven; 18-04-2015

Leave A Comment